|
|
|
Notulen oudernetwerk 17 november 2007
Het onderwerp van vandaag was de cognitieve kaart. Als eerste hebben we kort de theorie over de cognitieve kaart besproken. Zie sheets. Vervolgens hebben we eerst onze gast ontvangen Ria le Clercq-Monsma van Busy Brains. Bij haar hebben we weer mooie spellen uitgezocht om onze kinderen blij te verrassen op 5 december en waar we mee kunnen werken/spelen. Na de lunch hebben we de cognitieve kaarten besproken die een ieder had gemaakt en de zaken wat bij het maken opviel. De kaarten zijn gemaakt aan de hand van de kijkwijzer. Het kopje ‘fasen’ heeft betrekking op het pijplijnmodel. Dit is tijdens deze ochtend kort besproken. De volgende spellen zijn besproken:
De verschillende mensen leveren hun cognitieve kaart digitaal aan en worden verspreid onder de deelnemers.
Ad 1 Wie is het? Het doel waarvoor het spel werd ingezet was het uitlokken van spraak. Vragen stellen, antwoorden opvolgen; actie opvolgen: welke kaarten vallen weg (selecteren en elimineren, m.n. elimineren is lastig) Open maken van klepjes is wel leuk. Reisversie is goedkoper, maar motorisch lastiger en plaatjes zijn iets onduidelijker. Lastig: hoofddoel van spel bepalen. Afhankelijk wat je wilt doen, bepaal je je doel. Hoe kun je het spel gemakkelijker maken en toch komen tot je doel waarmee je het spel hebt ingezet:
Lastig was dat het kind bij een zusje het spel gespeeld zag worden en zelf ook het complete spel wilde spelen. Wat doe je dan? Een oplossing zou kunnen zijn naast het kind gaan zitten en meespelen of ‘open’ spelen Ad 2 Differix, (waarnemen, selecteren, elimineren, systematisch zoeken, ruimtelijke relaties, vergelijken, etiketteren, niet impulsief zijn en controleren) Doel: aantal kernmerken vinden en de goede kaartjes op de juiste afbeelding leggen, positie, vorm etc. Als je het spel zelf speelt blijkt hoe lastig het is: je moet heel nauwkeurig waarnemen). Hier ga je van deel naar geheel. Vergelijkbare spellen: Figurix (binnenring, buitenring en plaatje), Hoe ga je iets zoeken? Kleuren en figuren (hier ga je van geheel naar deel)
Spel (geen titel bekend). Houten doos met 5 insteekgaten en 1 gat (door en door, zodat stokje in het doosje valt). Bij de gaten staan de cijfers 1 t/m 6. Je gooit met een dobbelsteen (symbool met puntjes) en het doel is wie het eerste zijn verzameling stokjes kwijt is (namelijk door gat 6). Doel: Symboolherkenning van dobbelsteen, en relatie met cijfersymbool. Zichtbaar maken van je denkhandeling (motorische handeling) Operatie: betekenis geven aan een symbool, waarnemen, verband leggen tussen symbolen, volgorde van de acties, beurt nemen en geven, verband leggen tussen situatie en handeling. Voordeel van het spel is de eenvoud en dat het gebaseerd is op geluk. Je kunt het snel spelen, mensen hebben plezier in het spel, de regels zijn eenvoudig.
Ad 3 Mare Polare 14 ijsschotsen, 2 bij 2 leg je ze neer en dan hou je wakken over. 4 eskimo’s met visopdracht (op een klein kaartje): De opdracht hang je gesloten op de rug: opslaan in je geheugen. (je kunt ook open spelen). Meerdere gegevens onthouden. Er zitten houten visjes in een zakje die allemaal net iets andere kenmerken hebben, deze zijn te voelen. Spiegel om opdracht te spieken, die op de rug van de eskimo’s hangen: je kunt het kaartje een beetje schuin houden en als de eskimo op het spiegeltje staat kun je de opdracht spieken. Dobbelsteen: 1 t/m 4 Horizontaal en verticaal bewegen, maar niet diagonaal. Vissen in een wak, wanneer je een vis gevist hebt moet je op de tast een vis vinden in het zakje. De Iglo is het eindpunt; wie het eerst daar is. Kan complex zijn (veel onderdelen, veel regeltjes), veel mogelijkheden dus op verschillende niveaus te spelen. Belangrijk om het spel goed de doorgronden. Verinnerlijken kun je trainen door bijvoorbeeld eerst alleen de eskimo’s met de opdracht kaart te gebruiken en de houten visjes. Eerst met open opdrachten en de visjes op tafel. Dan open opdrachten en de visjes in het zakje, dan opdracht bekijken en gesloten neerleggen en de bijbehorende visjes erbij zoeken etc.
Een ander spel om verinnerlijken te oefenen is: Geisslein versteck dich: verinnerlijken trainen. (cognitieve kaart per mail verzonden)
Ad. 4 Woordkwartet: nauwkeurig kijken en niet impulsief zijn etc. (zie mail cognitieve kaart). Door het maken van de cognitieve kaart, kwam moeder erachter dat zoon alle onderdelen beheerst en dat zij dus een stap verder kan zetten. Ze speelt het spel met een gedeelte van de kaarten, dus ze zou ervoor kunnen kiezen om alle kaarten te gaan gebruiken (verhogen complexiteit), of ander materiaal in te gaan zetten om het doel ‘leren lezen’ te gaan bereiken.
Ad. 5 Kabouterstad Niet besproken vanwege de tijd, zie mail cognitieve kaart. Algemeen: het maken van een cognitieve kaart blijft lastig, vooral fasen (lopen soms in elkaar over, wat hoort bij wat) en efficiëntie niveau (het stellen van criteria waaraan je evalueert). We hebben nog kort stilgestaan bij het Tomatis Centrum. Ans heeft hier uitleg over gegeven. In het kort komt het neer op het beïnvloeden van de auditieve prikkeling en door de spanning in een spiertje van het gehoor te reduceren d.m.v .aangepaste klassieke muziek en aangepast apparatuur wordt getracht de fight, flight status te verlagen. Effecten zijn op diverse gebieden te zien; meer ontspannen zijn (wordt ook toegepast bij burn-out), beter informatie kunnen opnemen, beter gaan praten etc. Het gaat in beginsel om 3 sessies: 1 van twee weken, 1 van 1 week en nog 1 van 1 week. Behoorlijk intensief. In januari hopen we een bezoek te kunnen brengen aan het Tomatis centrum.
Afspraken: Site van Vincent (Anne Marie): nakijken nieuw adres, melden bij Helen en deze verspreidt ze via de mail. Iedereen levert cognitieve kaart digitaal aan bij Helen, Helen verspreidt ze via de mail onder de aanwezigen
Evaluatie Iedereen ervaart het als zinvol om zo praktisch aan de slag te gaan. Verder is de indeling van de ochtend goed bevallen: Theorie, aankoop spellen en daarna bespreken opdracht. Tips voor de volgende keer: 1 spel neerleggen en daarmee aan de slag gaan ter plekke: cognitieve kaart maken. Of 2 aan 2 werken. Of taken verdelen naar kopjes cognitieve kaart. Samen ermee spelen en over praten. Soms ook leuk om meerdere spellen te zien, zoals nu omdat het veel praktische tips oplevert. 6 cognitieve kaarten bespreken is veel. Kortom wisselen van de werkvorm.
Sheets bijeenkomst 17 november 2007 Theorie cognitieve kaart Sheet 1 INTRODUCTIE Wanneer je je kind iets wilt leren zijn de sleutelvragen: 1. Wat wil ik bereiken? Doelstelling 2. Waar moet ik beginnen? Beginsituatie 3. Hoe kan ik dat aanleren? Onderwijsleersituatie · Hoe moet ik de leerstof kiezen · Welke didactische werkvormen moet ik gebruiken? · Welke leeractiviteiten moeten gebruikt worden? · Welke onderwijsleermiddelen kan ik gebruiken?
4. Met welk resultaat heb ik met de deelnemer gewerkt? Evaluatie
Sheet 2 Pedagogische driehoek
Hulpmiddel voor de analyse van het onderwijsmateriaal Sheet 4 Waarom een cognitieve kaart maken · Elk materiaal stelt (op zich beschouwt) een aantal eisen aan je kind · Deze eisen beïnvloeden de prestaties van het kind · Om de prestaties goed te kunnen interpreteren moet je weten welke eisen het materiaal stelt (een diagnose over vermeende deficiënties en het remediëren ervan hebben een relatie met het aangeboden materiaal: wat eist het materiaal en wat lukt er dan wel en wat niet. Variatie van aanbiedingsvorm en materiaal helpt daarbij)
Sheet 5 Functie cognitieve kaart · Juiste interpretatie gedrag van je kind. · Betere planning van je ‘les’. · Wijzigen van het materiaal naar gelang de behoefte van je kind.
Sheet 6 Subdoelen van de leermethode van Feuerstein en de cognitieve kaart · Remediëren van deficiënte cognitieve functies Cognitieve kaart: hulp bij interpreteren gedrag kind · Aanbrengen van een goed begrippenkader Cognitieve kaart: welk materiaal leent zich het beste voor het begrip dat je wilt aanbrengen · Gewoontevorming creëren (bridgings, transfers -> gewenst gedrag in verschillende situaties) Cognitieve kaart: het zo verschillend mogelijk aanbieden van materiaal · Inzicht geven in de oorzaak van hun slagen of falen Cognitieve kaart: zelf het materiaal beheersen om zo inzicht te hebben in de oorzaken bij het kind · Verhogen van de taakintrinsieke motivatie Cognitieve kaart: bepalen welk materiaal aantrekkelijk is voor je kind om de taak zelf · Verhogen van het gevoel van bekwaamheid Cognitieve kaart: aansluiten op de zone van naaste ontwikkeling van je kind (niet te moeilijk, niet te makkelijk)
Notulen Oudernetwerk denkstimulering Nederland 29 september 2007 Bijeenkomst Deze keer zijn we op bezoek bij het Feuerstein Centrum Nederland in Amsterdam Zuid-Oost. Sommige mensen hebben een kind dat begeleid wordt bij het Feuerstein Centrum (of gehad), veel mensen hebben een training gevolgd op gebied van Feuerstein. Jasper gaat ons dingen laten zien vanuit creatieve hoek m.b.t. Feuerstein (tekenen, schilderen, boetseren, houtwerk etc.) Feuerstein methodiek: Vaak medieren mensen al, maar zijn zich niet bewust dat ze het doen. Je kunt mediatie ook bewust inzetten. Interesse Jasper is als volgt ontstaan. Jasper heeft een onderzoekje na zijn opleiding uitgevoerd: Hoe ontstaat een schilderij? Het ontstaan van een schilderij heeft hij geanalyseerd met behulp van de bouwstenen van het denken (Cognitieve vaardigheden). Zijn conclusie was dat ze eigenlijk allemaal zijn in te zetten bij creativiteit/maken van kunst. Maar deze redenatie is natuurlijk ook om te draaien; cognitieve vaardigheden zijn te trainen door bijvoorbeeld het maken van een schilderij. De insteek is bij het Feuerstein Centrum is niet gericht op het resultaat, maar op het proces. Doel is niet een goede kunstenaar worden, talent is niet van belang. Het gaat om de cognitieve stimulatie. Kinderen hebben vaak bij tekenen en schilderen nog heel veel motivatie, die zij bij pen en papier e.d. hebben verloren. Je kunt op basis van hun zelfvertrouwen laten zien, dat ze nog heel veel kunnen leren en dat transfers vanuit tekenen en schilderen mogelijk zijn. Bij een tekening / schilderij roepen de meeste mensen ‘dat heb je mooi gemaakt’, daardoor is het zelfvertrouwen van het kind nog aanwezig op dat vlak. Vanuit het zelfvertrouwen worden doelen gesteld: Wat zullen we gaan maken. Als een kind zelf een doel stelt (zelf leerdoelen stellen; intrinsieke motivatie), is het makkelijker om andere dingen te bereiken. Een kind gaat ontdekken dat sommige dingen nog niet mogelijk zijn en dan kunnen er zaken aangereikt worden hoe het kind het wel kan bereiken. Als intrinsieke motivatie is bereikt en het kind zelf behoefte heeft om transfers te maken, dan is een mijlpaal gezet. Er komen kinderen van allerlei niveau en leeftijd, met of zonder gedragsproblemen in dit centrum. De hele range van functioneren kun je bereiken/beslaan met deze ingang. Alle niveaus zijn te bereiken (metacognitie bij mensen die hoog functioneren; denken over denken, cognitie bij mensen die lager functioneren). Feuerstein gaat bij zijn theorie van de pedagogische driehoek: Kind, mediator, middel. (mediator welke mediatie technieken zet ik in, middel ik maak een cognitieve kaart, kind welke problematiek speel; op welke cognitieve functie richt ik me). Om deze drie zaken draait het, ook bij tekenen en schilderen. Bij tekenen en schilderen kun je heel flexibel zijn; je kunt snel naar een andere cognitieve functie gaan als de gekozen aanpak te hoog gegrepen is. De cognitieve kaart is daarbij van groot belang; ken je materiaal. Bijvoorbeeld werken aan hypothese stellen is niet zinvol als een kind nog niet kan vergelijken. Transfers zijn belangrijk; waar gebruik je het nog meer. Bij deze presentatie wordt van laag niveau naar hoog niveau functioneren een toelichting gegeven; van ontluikende of geen cognitieve vaardigheid naar cognitieve functie.
1e stap: aanbrengen van abstracte concepten: rood is een kleur. Dit is van belang voor abstract denken, bijvoorbeeld vorm, plaats, maat, richting. Deze begrippen zijn van belang voor vergelijken en etiketteren (kunnen beschrijven in plaats van dingen concreet moeten laten zien). Dit is geen expliciet onderdeel van Feuerstein, maar van concept teaching methode, Nylandt, zie boek Jo Lebeer, Bouwen aan leren leren, H 3. Het zit echter wel door heel de theorie van Feuerstein heen. Een voorbeeld: schilderij van drie stippen van verschillende grootte en drie verschillende (primaire) kleuren. Vorm, kleur, plaats. Of een vel papier helemaal vol schilderen: systematisch waarnemen -> is het blad helemaal vol. Concept ‘Plaats’: moet die plaats nog gedaan? Soms wordt een kind fysiek geholpen: hand beet pakken en een rechte lijn schilderen, van stip naar stip. Om jezelf te kunnen uiten, heb je middelen nodig. Start: voordoen en concepten benoemen, daarna veel oefenen. Brug naar organisatie van stippen is hier al te slaan (onderdeel van Instrumental Enrichment Programma van Feuerstein). In dit instrument komen vorm, maat en richting heel vaak terug. Het verband wordt expliciet gelegd. De vormen uit het instrument worden gebruikt om te schilderen. Soms wordt een werkblad erbij gehaald en concreet de transfer gemaakt. Voorbeeld: auto schilderen (kind laag niveau met moeilijke motoriek, overigens wordt de motoriek ook geoefend bij schilderen en tekenen). Doel was auto van ouders schilderen aan de hand van een foto. 1e stap: auto bekeken en door middel van stippen de auto gereconstrueerd (eerst op de foto, daarna op papier). Richting, afstand. Later naar oriëntatie in de ruimte: d.m.v. stippen op ruitpapier overbrengen. Uitleg wordt gegeven; hoe gebruik je coördinaten. (ruiten overgebracht op foto auto,kopie foto op ruitjes papier, daarna stippen overbrengen op leeg ruitjes papier). Voorbeeld 2: Flatgebouw: getekend als raster (kind met zeer laag niveau binnen gekomen), geleerd om visueel transport te maken. In de inputfase, verwerkingsfase, outputfase komt cognitieve functie ‘vergelijken’ alsmaar terug, een kind moet criteria aanleggen (wat is verschil, wat zijn overeenkomsten: zelfde vorm, verschillende kleur). Zorgvuldig waarnemen, systematisch waarnemen. Inputfase is belangrijke fase bij tekenen en schilderen. 1e niveau abstractie = nadoen (meest concreet) van simpele vormen, tot complexere tekeningen, maar ook in de complexere vormen komen concepten terug vorm, kleur, maat. Het kind gaat dan ook zelf aangeven welke kleur etc. Wel opletten dat de regulatie en wederkerigheid niet verloren gaat als het kind alles zelf gaat bepalen; toch wel enige regie houden: Er wordt uitgelegd waarom iets gedaan wordt; een vorm en kleur moet je kennen om een mooi schilderij te maken. 2e niveau abstractie = werken naar voorbeeld 3e niveau abstractie = tekenen naar waarneming (vertaling driedimensionale ruimte naar twee dimensionale waarneming). Goed waarnemen, probleem onder woorden brengen. Succeservaring: Als het kind zijn werkstuk mee wil nemen naar huis, dan heeft het kind een succeservaring: gevoel van bekwaamheid.
2e stap Maken van een kleurcirkel: Duidelijk maken hoe verbanden in elkaar zitten om uiteindelijk te laten zien hoe je kleuren mengt. Primaire kleuren: rood geel en blauw, 6 vakken (kleur en plaats). Tussen geel en blauw, komt groen. Kijken of kind kan generaliseren ‘o dan maak ik oranje van rood en geel. Vervolgens regenboog maken a.d.h.v. van kleurcirkel; bijvoorbeeld je begint met rood. Plan maken, welke vorm heeft een regenboog, waar beginnen we, verbanden leggen tussen de kleuren leggen, categorieën maken (primaire kleuren, secundaire kleuren). Spelenderwijs leren. Eind van sessie wordt wel gereflecteerd als het kind het toelaat (soms als dat niet lukt dan tussendoor reflecteren). Reflectie op cognitieve functie en op die manier (gedrags)regulatie tot stand brengen. Kinderen zijn vaak heel impulsief, plannen maken is heel belangrijk. Het plan wordt opgeschreven door het kind als het mogelijk is.
3e stap Naar deel-geheel verbanden: nu een arm, hoe ziet dat eruit: stokje? Nou niet echt, kijk eens goed. Wat is de kleur etc. Het schilderij wordt gemaakt aan de hand van een plan: hoe groot, waar moet het komen etc. Dan blijkt een tekening te lukken. Impulsiviteit beheersen, maakt dat je het gestelde doel bereikt. Er wordt getracht faalervaringen te voorkomen (niet laten zien wat er gebeurt als je geen plan maakt), afhankelijk van de informatie die collega’s over het kind leveren. Er wordt altijd ruimte geboden voor verbetering: je kunt altijd iets overschilderen. Een fout is pas een fout als je hem laat staan. Terug gaan naar het plan, controle en verbeteren. Vaak is het niet helemaal fout: vorm en plaats goed, maar de kleur is alleen fout, niet weggooien maar verbeteren.
Voorbeeld: brandweerauto van piepschuim/isolatieplaatje. a. Hele impulsieve jongen, trok eerst alles uit de kast. Laten zien dat je zo niets kunt maken (deze faalervaring was nodig omdat het kind niet cognitief te bereiken was). Voorstel: werkplek maken, jongen ingebouwd met tafeltjes en jongen moest vragen om materiaal (kaderen was noodzakelijk in dit geval). b. Vervolgens ging het kind de volgende keer zelf de hoek maken bij binnenkomst. c. Thuis werd een doel gesteld: brandweerauto met moeder getekend. d. Nu brandweerauto gemaakt van piepschuim met juiste gereedschap. e. Ladder gemaakt van hout met zaagje. Het middel (hout) werd ondergeschikt aan het doel. Jongen heeft ervaren dat door regulatie een resultaat te bereiken is. De prikkels worden niet verwijderd (er is veel in de kamer/atelier te zien en ook buiten door de ramen). Inbouwen wordt zoveel mogelijk vermeden, getracht wordt het kind te leren om te gaan met prikkels. Transfer naar buitenwereld: afhankelijk van inzet van ouders en school. Er zijn wel dingen aan te geven, maar de ervaring moet door anderen ondersteund worden. De motivatie van ouders speelt een belangrijke rol. Soms wordt gebruik gemaakt van de wederkerigheid tussen kind en ouder en treedt Jasper meer observerend op en begeleidt dan de ouder meer. Daarmee kan de ouder ook naar voren laten komen wat de ouder belangrijk vindt om over te brengen op het kind (cultuuroverdracht). Voordeel bij schilderen: Kinderen zitten niet vast op stoel, maar lopen rond. Er wordt getracht wel doelbewust rond te lopen. Wat ga je pakken en waarom? Gedragsregulatie; je mag met alle gereedschap werken, maar er hangen regels aan gereedschap. Je mag de zaag, maar als jij gevaarlijk doet, dan kan ik het niet geven. Er wordt gekeken naar de hulpvraag van ouders. Wanneer gedrag tot een bepaald niveau gereguleerd is, dan kan er expliciet aan cognitieve functies gewerkt worden. Keuzes maken: kan een kind niet kiezen. Dan stellen: wat wil je dit of dat: 2 opties. Over het algemeen wordt er hier gewerkt met 2 mediatoren aan een kind. Er wordt nog niets gedaan met muziek, maar dat gaat in de toekomst wel gebeuren.
Eigen ervaringen: Laat rommel geen barrière zijn om te gaan schilderen (karton op vloer, afzetten van ruimte, karton aan de muur, zeker bij ongereguleerde kinderen, ADHD etc). Juist doen om te laten zien dat eigen gedrag zo belangrijk is voor het resultaat. Expliciet maken: langzaam en precies levert een mooie race auto op. Of ‘we hebben zoveel tijd, laten kijken wat we kunnen maken’. Focussen: waarom is dat belangrijk (tijdsaspect, precisie etc. en hoe doe je dat: kijken naar je werk en verder nergens naar).
- Moeilijke motoriek bijvoorbeeld door cerebrale parese; Bij de hand nemen, samen iets maken, vertel maar wat je wilt maken. Middelen geven om dat te maken wat je wilt maken dus; Uitgebreid plan maken (alle relevante criteria aangeven), bijvoorbeeld stippen maken, houd je potlood in de gaten, houd in de gaten waar je naar toe wilt, begin en eind, een eind is het begin van weer iets anders.
- Wel doel, maar geen plan: er komt niets (dyspraxie), weer goed plan maken en benoemen hoe je het maakt en onderdelen oefenen. Tekeningetje gebruiken als voorbeeld, deel geheel relaties leggen. Wat eerst doen en wat daarna.
- Soms weet een kind de middelen, maar heeft geen doel: leren doelen te stellen. Eerst bedenken wat en dan pas hoe. Bijvoorbeeld de brandweerauto blijft niet op piepschuim banden staan, welk materiaal hebben we dan nodig: middel is ondergeschikt aan doel. Ter afsluiting heeft Jasper een opdracht voor alle aanwezigen. Het doel is om zelf te ervaren wat de kinderen die begeleid worden op het Feuerstein Centrum ervaren. Opdracht: Maak een klein schilderijtje. Vouw papier in tweeën, ene kant een lijstje (plan maken): neem kind in gedachten, maak mentaal beeld, schilder je kind, maar dat hoeft geen portret te worden, lichaamsdelen, gedrag, cognitie, positief en negatief. Maak voor elk kenmerk een plan. Er is beperkt de tijd. DVD: video over centrum draait gedurende de opdracht. Aan Jasper wordt nog gevraagd of het Feuerstein voor kinderen die in het verleden zijn begeleid er een soort korte opfris workshops kunnen worden georganiseerd. Jasper neemt deze vraag mee. Aandacht Adres voor de volgende keer; Grubbehoeve 44-45, 1103 GG Amsterdam Zuid-Oost, Amsterdam Zuid-Oost, snelweg richting Amersfoort A9, G-buurt, 1e afslag na Ikea, via Bijlmerdreef. Onderwerp voor de volgende keer: Cognitieve kaart, theorie en praktische toepassing Januari: Een bezoek aan het Tomatis (Maria) Centrum is mogelijk. De opzet zal dezelfde zijn als deze keer; er wordt dan ook een kleine bijdrage gevraagd.
Afsluiting Het was een boeiende ochtend met veel praktische voorbeelden en tips. Jasper heeft ons laten zien hoe je kunt spelen met het stimuleren van cognitieve vaardigheden, mediatie technieken en middelen als je deze drie items goed beheerst. Lastig voor ons ouders, maar een geweldige impuls om door te gaan met onze kinderen en ook creatieve middelen in te zetten. Jasper bedankt voor deze ochtend!
Tips Autisme: Stichting Horison (Sunrise van origine) Technieken/theorieen mbt autisme: Floor times, growing minds, ABA, Help Willy Roos: werkt met muziek i.c.m. Feuerstein Boekje: Het huisje dat verhuisde (cognitieve functie: vergelijken): een huis in de seizoenen/ontwikkeling van stad (vergelijkbaar met schilderijen in hal Feuerstein Centrum) Bouwen aan leren leren Jo Lebeer, concept teaching, H.3 Nylandt (ISBN zie boekenlijst op site www.oudernetwerkdenkstimulering.nl) Firma Spellekijn (www.spellekijn.nl) kondigt hobby beurs aan, gegevens zie hieronder: Hobby Beurs
2007 - Openingstijden: Wordt gehouden in FEC. , zie adres hieronder:
WTC Expo
Bijeenkomst oudernetwerk 16 juni 2007 Thema: Zelfbeeld, hygiëne, relaties en seksuele voorlichting Er is allerlei materiaal meegenomen over dit onderwerp, zie hieronder Boeken: Er waren een heleboel boeken tijdens de bijeenkomst over dit onderwerp. Deze kunt u terugvinden via de link 'Boeken' vanuit de startpagina. Tips Spelenderwijs leren
Mededelingen Het is de laatste bijeenkomst bij MEE, omdat er voortaan 95 euro per keer voor gebruik van de ruimte gevraagd. Het nieuwe adres voor bijeenkomsten volgend seizoen: De Nilda Pinto straat 2 1103 ML Amsterdam Zuidoost 06-14434848
Verslag bijeenkomst: Seksuele voorlichting; hoe doe je dat als ouder en waar moet je op letten. Bij cursussen die gegeven worden aan gehandicapten volwassenen blijkt dat mensen vaak niet op de hoogte zijn hoe mensen eruit zien, wat menstruatie is, wat besnijdenis is. Soms zijn mensen wel op de hoogte van het technische aspect, maar het sociaal-emotionele aspect is niet ontwikkeld.
Hoe leg je iets uit: Vb. Bij uitleg van het gebruik van een condoom werd een bezemsteel gebruikt. Bij navraag of alles was gelukt. Ja hoor, kijk maar; bezemsteel in de hoek met een condoom erom. Vaak komt het toch op neer om het concreet te laten zien (realiteit), bijvoorbeeld met video materiaal. Dit wordt gebruikt bij de cursus van MEE, of met plaatjes uit een boek (er is verschil tussen getekende plaatjes en foto’s, soms zijn getekende plaatjes niet reëel genoeg).
3 onderwerpen komen tijdens deze presentatie aan bod, te weten:
Mw. Van Andel expert op gebied van bovenstaande onderwerpen bij Philadelphia en zij heeft de box ‘Deurtje open, deurtje dicht’ ontworpen, zie boven onder boeken. Gericht op ZMLK kinderen . Bewust zijn van ontwikkeling van kind en hoe leert je kind is van belang bij seksuele voorlichting. Niet alles is geschikt. Wat is seksuele voorlichting. Seksuele voorlichting start met het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en vervolgens komt het onderwerp hygiëne aan bod. Pas dan kun je ingaan op seksuele voorlichting zelf. Rutger Stichting besteed aandacht aan seksuele voorlichting voor breed publiek. Besteed veel aandacht aan normen en waarden en van daaruit aan keuzes maken en b beslissingen nemen in relaties. Kortom: seksuele voorlichting is niet alleen een biologische technisch verhaal. Laatste jaren zien we de tendens dat mensen met een beperking steeds meer deelnemen aan de maatschappij, waardoor er steeds meer sprake is van seksueel misbruik. Op scholen is er het fenomeen van de loverboys die misbruik maken van de zwakkere mensen. Daarom wordt dit onderwerp steeds belangrijker. Het Scharlaken koord is een organisatie in Amsterdam die meisjes, die slachtoffer zijn van loverboys, terughalen en verder geven zij voorlichting. Wie moet de voorlichting geven en hoe kijk je daartegen aan?: In eerste instantie een onderwerp voor ouders en het is fijn als het op school wordt ondersteund. Waar moet je op letten: 1. Hoe ben je als ouder zelf opgevoed met het onderwerp seksualiteit en seks? Je schroom om dingen te verwoorden speelt een rol bij de voorlichting aan je kind. Wees je bewust en kijk naarde keuzes die je maakt. Wat wil je je kind wel of niet aanbieden.
2. Wat zijn jouw normen en waarden op dit gebied? Hoe kijk je er bijvoorbeeld tegenaan als je dochter/zoon een relatie krijgt. Uitleggen wat grenzen zijn en hoe je grenzen bepaalt.
3. Welk onderwerp kies je om uit te leggen? Kijk goed naar het materiaal wat je wilt gebruiken. Autisme: werken met beelden die realistisch zijn. Wat moet je uitleggen bij de plaatjes? Goed voorbereiden, wat past bij mijn kind.
4. Welke woorden gebruik je, spreek dit af met je kind? Dit wordt in de cursus ook besproken en afgesproken: lichaamsdelen, schuttingtaal (wat is dat en welke woorden ken je), en hoe gaan we het benoemen. Tips
Zelfbeeld 1 Wat is zelfbeeld? Hoe zit ik in elkaar en de ander? Wat vind ik goed en mooi aan mezelf. Dit is belangrijk in relatie naar de ander. Als je jezelf niet goed vindt, dan is dat moeilijk om in een ander te zien en daar respect voor te hebben. Pubers zitten in een overgangsperiode, waardoor weinig zelfvertrouwen en dat brengen ze weer over in contact met anderen. Het is belangrijk om als ouder energie te stoppen in het ontwikkelen van een positief zelfbeeld bij je kind. Ans laat een video zien met een voorbeeld hoe je het zelfbeeld van je kind zou kunnen ontwikkelen. Het maken van een omtrek van het lijf van je kind. (aan de hand van cognitieve functie planning). Kijken wat iemand weet (hoe bewust is iemand van zijn eigen lijf, wat vind je leuk aan je eigen lijf en wat minder leuk, kun je bijvoorbeeld met rode en groene stickers), door zelf de inhoud te laten invullen. Dit is uit te breiden naar seksuele voorlichting. Een andere manier is een ik-boek maken: foto op eerste bladzijde, spiegel kijken en opschrijven wat de kenmerken zijn van jezelf (sommige kinderen hebben moeite om naar zichzelf te kijken in de spiegel). Nog een manier is: dingen omschrijven van jezelf; gewicht, lengte, wat vind ik lekker, wat vind ik leuk om te doen. Dingen uit te knippen uit tijdschriften: dingen die je leuk of mooi vindt Dingen op jezelf plakken om jezelf mooi te maken. Met een ander: Een ander mooi maken of verwoorden wat je leuk of mooi vindt aan die ander.
Zelfbeeld 2 Hoe ontwikkelt een mens zich? Groei, babyfoto’s etc. Tips
Zelfbeeld 3: Een overzicht van wat een cursusgroep van MEE had gemaakt over het onderwerp zelfbeeld Smileys: hoe kijk je naar jezelf (smiley – blij, smiley –verdrietig) Zelfbeeld is de manier waarop jij naar jezelf kijkt. Positief zelfbeeld, wat betekent dat en gevisualiseerd met plaatjes (deurtje open, deurtje dicht). Positief kan betekenen van jezelf houden, dat je meer zelfvertrouwen hebt, in jezelf geloven, trots zijn op jezelf, vinden dat je er mag zijn, dat je vrolijk kunt zijn. Negatief zelfbeeld, wat betekent dat en gevisualiseerd met plaatjes (deurtje open, deurtje dicht)Negatief kan betekenen dat je onzeker bent, dat je je schaamt voor jezelf, dat je niet naar je eigen foto/spiegelbeeld kunt kijken, last hebben van negatieve emoties zoals angst, minder snel leuke kleren aandoen, minder goed voor jezelf zorgen Bij zelfbeeld kun je kijken naar je binnenkant (je emoties) en je buitenkant. Bij MEE is er een cursus over Vriendschap, relaties en seksualiteit. (in eerste instantie bedoeld voor volwassen gehandicapten). Link van het onderwerp ‘zelfbeeld’ met methode structurele cognitieve modificatie Laat me niet zoals ik ben: suggereert dat je niet goed bent. Hoe ver ga je daarin? In hoeverre accepteer je je kind zoals hij/zij is. Mag je kind zijn zoals hij/zij is? Mediatie van bekwaamheidsgevoelens: dit heeft alles met een positief zelfbeeld te maken. Hygiëne Wat is menstruatie? Hoe leg ik dit uit? Uit te leggen aan de hand van plaatjes (reëel). Laat het materiaal wat je gebruikt zien, laat dat zien en hoe je het gebruikt. Hoe vaak verwissel je maandverband etc. Opnemen in dagprogramma is een mogelijkheid om hygiëne in te bouwen: vaste momenten,handen wassen erna etc. Wat is zaadlozing? Hoe leg ik dit uit? Proberen zo realistisch mogelijk laten zien om misvattingen te voorkomen.
Instructiemateriaal Website: Boekjes te bestellen: Gewoon zo Ook boeken over vriendschap, hoe leg ik contact met mijn buren. Tip Survivalgids voor meiden, hfd 8 en 9 Survivalgids voor jongens, hfd 8 en 9
Les over hygiëne voor volwassenen (is om te zetten naar andere doelgroepen). Zie uitdraai; deze is uitgedeeld. Relaties Je kind inzicht geven in allerlei relatievormen: Welke soorten relaties bestaan er allemaal, wat zijn jouw relaties. Vriendschap, wat is dat? Wanneer is iemand een vriend, waar moet iemand aan voldoen (tip boek: Peinzen, zie boven) Je kunt een vriendschapsmuur tekenen en uitknippen. Vriendschapscirkel: wie staat het dichtst bij Vriendschapsboom: etc. Mee heeft ook een les gemaakt over vriendschap.
Met wie ga je graag om? Vervolg van dit alle is seksuele voorlichting zelf, dit is in deze bijeenkomst niet uitgebreid aan de orde geweest. Evaluatie en tips van bijeenkomsten Onderwerpen die behandeld zijn dit jaar:
Evaluatie:
Tips
Data voor bijeenkomsten voor volgend seizoen:
September:
November:
Februari: Tomatis? Uitnodigen Annemarie Blok (Maria informeert) April: Sensorische Integratie (Karin Visman, fysiotherapie, Wopke van Akkeren , Ans informeert) Juni: Emiel, nieuwe ontwikkelingen? Jasper kunst?
Bijeenkomst oudernetwerk april 2007 Ruimte bij MEE kost geld door receptionist. Het is onzeker of de ruimte beschikbaar blijft voor het oudernetwerk. Alternatief is bedrijfsruimte in zuidoost bij Yolanda. Misschien bij het werk van Helen; Helen kan informeren. In Juni uitsluitsel over ruimte en voortgang. Voorstelronde niet genotuleerd. Tomatis methode: auditieve prikkelverwerking, sensorische integratie. Kan presentatie geven. Een ouder heeft ervaring met de instapklas. Zij is niet positief gestemd: integratie lijkt meer op acceptatie door reguliere school. Niveau te laag. Gemiste kans. Presentatie Hanenmethode Ontwikkeld door Deense logopediste. Wereldwijde bekende methode. Er is ook een website (even googlelen). Mag alleen gegeven worden door gecertificeerde logopediste. Hier bij MEE aangepast aan doelgroep ‘kinderen met een beperking’. Hier gegeven door consulent MEE en logopediste. We hebben al eerder geprobeerd via de Hanen methode het medieren onder de knie te krijgen. Dit heeft Ans als stelling genomen: De hanen methode is een geschikt hulpmiddel bij het leren medieren. Ans heeft sheets uitgereikt: Uitleg Hanenmethode: (zie sheet)
Houding van de ouder (wat voor een type ben je)
VAT Volgen: drie attitudes: kijken, wachten (!), luisteren. Wordt eerst als tegennatuurlijke reactie ervaren, omdat je als ouder je kind zo graag wat wil leren. Aansluiten: op ooghoogte communiceren (kind wil oogcontact; maak dat makkelijk voor het kind, bevestigen, benoemen van wat je ziet wat het kind doet, nadoen; spiegelen gebaren en mimiek, een kind voelt zich gehoord en bevestigen waar het kind mee bezig is; o je bent met een auto aan het spelen, gebaren, mimiek, lichaamstaal; van het kind observeren. Toevoegen: vertalen wat je ziet (o je bedoelt dat, maar dan moet je bij het begin beginnen…) Benadrukken (ja dat is een auto en die gaat rijden), herhalen en verbreden (bridgen) Uitgangspunten van mediatie (zie sheet) Beide methoden vragen een reflectieve houding en een vragende benadering (open bevragen). Boek: Praten doe je met z’n tweeën. Ayala Manolson Een gids voor ouders om hun kind te helpen bij het leren praten. ISBN 90-5050-368-3, NIZW The Hanen Centre, 1e druk juni 1996, 5e druk feb 2002 Video bekeken aan de hand van onderstaand formulier. Figurix. Formulier van A. Melman mag niet verspreid worden. Thema volgende keer: Zelfbeeld en relaties, Ans en iemand van MEE, Helen, Astrid, groep mailen (wie weet er wat over dit onderwerp) Hygiëne, zelfbeeld, (Rutger Nisso) Erik Bos en Suikerbuik.
Bijeenkomst oudernetwerk 17 februari 2007
Het was de bedoeling om vandaag het thema voeding te behandelen. Dit is helaas niet doorgegaan. Vandaag gaan we ‘back to base’, als alternatief onderwerp.
Er wordt afgesproken dat wanneer iemand de taak op zich heeft genomen om een presentatie te verzorgen of een onderwerp uit te diepen voor een bijeenkomst, deze persoon primair verantwoordelijk blijft voor de invulling van die bijeenkomst. Wanneer het niet mogelijk is om het afgesproken onderwerp te behandelen dan kan een ander onderwerp gekozen worden. Als de betreffende persoon verhinderd is, dan is het de taak van die persoon om iemand anders te vinden om een onderwerp te behandelen. Het is niet de bedoeling dat de opdracht teruggegeven wordt aan Ans of Helen, omdat dit te veel wordt naast alle coördinatie taken en het bijhouden van de website.
Er is vandaag een receptionist aanwezig. Dit komt doordat MEE een BHV (bedrijfshulpverlening) verplichting heeft vanuit de verzekering. Deze persoon is een betaalde kracht. Het is nog onduidelijk wat dat gaat betekenen voor onze bijeenkomsten en de beschikbaarheid van de lokatie. Er wordt afgesproken dat we afwachten wat MEE gaat doen. Bij vragen laten we de groepen de deelnemers inschrijven bij MEE. Ans werkt dan als consulent voor MEE. Verder zijn er geen verplichtingen en kosten aan verbonden.
Uitwisseling van informatie: Diana en Lilian moeten 13.00 uur weg. De zoon van Diana is aan de beurt bij Feuerstein Amsterdam bij Jo Lebeer. Diana en Yolanda en Annemiek zijn met Bright Start begonnen. 14 april themadag Stibco. In feite is dit een soort introductie dag bij de Stibco. Op die dag is ook een oudernetwerkbijeenkomst gepland. We besluiten om die dag gewoon door te laten gaan.
Vraag van Astrid: Is er contact met Emiel over site en bekendheid van de site. Ja er is contact met Emiel geweest over de site via Ans. Er is tevens een link met de site van de Stibco gemaakt.
Europot voor de site
Start met het thema van de dag: Back to base.
Aan de hand van een Powerpoint presentatie wordt het geheugen opgefrist m.b.t. de pedagogische driehoek, de bouwstenen van het denken, mediatiekenmerken en mediatieniveau’s. Soms komt het uit de tenen, maar het komt er wel. De groep vindt het een zinvolle exercitie; voor herhaling vatbaar.
Met de opgefriste kennis gaan we een video bekijken en letten op de bouwstenen en de mediatiekenmerken. In de video wordt eerst het spel differix gespeeld en daarna wordt er geëlimineerd met wasgoed.
Ter afsluiting nog een korte presentatie over de software van Ambrasoft, Familiepakket 10, rekenen en taal. Vervolgens is er een korte demonstratie van een verkeersborden spel. Verkeersbordenspel, Clown games: Bart Smit Tip: de verkeersborden plaatjes zijn te vergroten en uit te knippen
Maaike Verhoeven heeft een praktijk voor denkstimulering. Zij zit in de buurt van Amsterdam. Wil je haar telefoonnummer, mail dan even naar Ans Appelman.
Volgende bijeenkomst wordt het thema ‘methodiek Hanen’ behandeld door Ans. Zij heeft als afstudeeronderwerp voor module 3 van de stibco het volgende onderwerp: Toegevoegde waarde van de Hanen voor het leren medieren. Er zijn twee video opnamen nodig voor de volgende keer. Yolanda neemt in ieder geval een video mee.
Notulen oudernetwerk 25 november 2006
Tijdens deze bijeenkomst is het thema 'Schrijven' aan de orde geweest. Er zijn twee presentaties gegeven; een introductie op motorische ontwikkeling en 2 methodes zijn aan de orde geweest: Schrijven zonder pen en het vervolg Schrijven leer je zo en de tweede methode Schrijfdans. Deze presentaties kunt u via de link 'thema's' en dan 'schrijven' vinden. Zusje : Morgen is mijn eerste schooldag. Denk jij dat ze dan meteen beginnen met leren schrijven? En hoe snel leer je dat dan? Want het is wel kort dag. We hebben nog maar een paar weken. Waarvoor?? Waarvoor?? Voordat het sinterklaas is, natuurlijk, rund! Ik hoop wel dit jaar al mijn eerste verlanglijstje zelf te schrijven. Tot nu toe heb ik mijn verlanglijstje moeten dicteren aan m’n vader. En ik heb het nooit kunnen controleren. Ik vertrouw ‘m voor geen cent.(bron: Margriet 44 / 06) VIM verzorgt cursussen gericht op onderwijs en kinderen met het syndroom met Down. Meestal doen zij dit in samenwerking met het Seminarium voor Orthopedagogiek. Zij hebben een brochure over schrijven. Abonneren op de VIM is mogelijk. Je krijgt dan regelmatig een overzicht van hun cursussen. Zij verzorgen tevens introductie cursussen 'Schrijfdans". VIM: vimmail@vim-online.nl Boek: Carla Hannaford; Braingym ook effect op schrijven (niet gevonden op bol.com, informatie bij Charlotte). Schrijfdans: www.schrijfdans.nl. Kun je workshops doen of opleiding volgen om schrijfdans te geven. Alpha smart: computer om te schrijven, als kinderen heel veel moeite hebben met schrijven. www.handschrift.eigenstart.nl : Op deze site is veel te vinden over schrijven. Adres voor het aanmelden voor het cursusboek van het seminarium voor orthopedagogiek, brochure 2006-2007 Integratie van kinderen met een verstandelijke handicap in het reguliere onderwijs: Hogeschool Utrecht Seminarium voor orthopedagogiek Postbus 14007 3508 SB UTRECHT 030-2547378
www.denkspellen.com: spelletjes in de pauze te koop aangeoden www.spelplezier.net : dit is de site van Ertee - Vincent Thema’s voor de volgende bijeenkomsten: voeding (Peter vraagt Lia van der Geest, februari), ontwikkeling van het spelen/spel (juni Charlotte?), Hanen methode (Ans, april ?)
Notulen oudernetwerk 30 september 2006Onderwerpen 30 september 2006 Kinderen met ruimtelijk visuele problemen aan de hand van boek van Kaat Timmerman Website Spelmateriaal K2 publisher – didactische materialen Gele tas: op school is taaltas, verteltas (taalunie prijs) 1 onderwerp, bijvoorbeeld vervoer. Taalstimulering, denkstimulering (jonge kinderen).
Voorstelronde
Verslag bijeenkomst Website besproken; info over missie, doel en organisatie naar Ans, vervolgens informeren naar hosting pakket en kosten. Folder maken voor Stibco, Charlotte neemt contact op met Emiel.
Kinderen met ruimtelijk visuele problemen, met werkpakket. Kaat Timmerman Hand out van powerpoint presentatie
Inhoud boek: diverse leer theorieën: Vigotsky, Piaget. En personen aan Feuerstein gelieerd: Greenberg, Meichenbaum, Haywood (Bright Start voor 4-8 jarigen) Begeleider: de stijl van begeleiden Beschrijft problemen in de rechterhersenhelft. 4 werkpakketten.
Werking van de hersenen worden beschreven: links (taalvaardigheid, begrip van woorden, belangrijk bij het denken, afwegingen maken, plan maken, afwegingen maken), rechts (ruimtelijk visueel, vormgeving; vorm van de woorden, functie van emotie en beleving, herkennen van gezichtsuitdrukking, al het denken zonder taal, voorstellingsvermogen / fantasie.
Vertaling naar spel: links toneel, poppenkast, winkeltje, taal, lezen en schrijven, praten graag, wereld oriëntatie vakken, waar een verhaal achter zit, talige spelletjes
Rechts: kinderen die houden van bouwen, lego, k’nex, knutselen, boetseren, tekenen, kleuren, rekenvakken, aardrijkskunde: kaarten, reliëfvormen, schaalverdeling. Alles wat met zien te maken heeft: delen en delen-gehelen (autisme ziet vaak een deeltje) (denk aan lezen). Visuele informatie inprenten, onthouden en weer oproepen (leesmethode Hedianne Bosch) (picto lezen, 4 seizoenen boek Ans?) Objecten vanuit verschillende perspectieven herkennen. Opbouw aan een coördinatiesysteem zodat wij de plaats in de ruimte en de oriëntatie kunnen interpreteren. Wat wij zien in categorieën indelen en vervolgens in kenmerken. Helpt bij het natekenen, overschrijven, lezen en rekenen.
Problemen in de rechter helft
Moeizaam lezen – lang spellen Schrijven loopt niet vlot. Liefst spelletjes zonder regels Knutselen verloopt slordig Geen voorkeur voor constructie materialen en bouwplannen Geen voorkeur voor puzzels, met model erbij gaat het beter. Moeite met organiseren Soms een slecht geheugen Blokpatronen niet kunnen analyseren en naleggen. Geen verschil zine in vierkant/rechthoek Begrippen links-rechts, voor-na, kleiner-groter kunnen moeite geven.
Wat te doen bij deze problemen
Wat je wil leren steeds vertalen in woorden Helpen bij het nauwkeurig analyseren Benoemen van kenmerken en zodoende inprenten (reken )opdracht verwoorden in een verhaal Doel van het pakket: voorstellingsvermogen stimuleren door op een talige manier het probleem te benaderen en Oplossingsstrategie aan te bieden
Opdracht: beschrijven van een geometrisch figuur en dan een naam geven.
Schema van werkpakketten (4) Waarnemen: kijken naar kenmerken, analyseren en vergelijken van kenmerken, verstopwoorden (kerktorenspits, vulpeninktbuisje) Kopiëren: natekenen en naschrijven naar model, kopiëren met structuur opbouw, juist overschrijven Visueel geheugen: het inprenten van ruimtelijk visueel materiaal, oefenen op het lange termijn geheugen, visueel dictee van woorden en zinnen Mentaal manipuleren; veranderingen mentaal voorstellen, voorstellen vanuit een ander perspectief, het voorstellingsvermogen.
Spellen: Twinfit, Prolog (K2 publisher), Was benutzt man wozu? Twinfit, Prolog (K2 publisher), Was isst teil wovon?
Kenmerken van de stijl (van medieren):
Geef geen antwoord, maar kaats de bal terug. Wat denk je er zelf van? Stel het liefst hoe en waarom vragen. Gebruik een hulpmiddel bijvoorbeeld de beren van Meichenbaum Leer het kind een nieuw gegeven verkennen. Analyseer een opdracht grondig Verruim de oplossingsvaardigheden van kinderen door meerdere methoden uit te proberen Herhaal en vertaal wat je kind zegt Reageer niet negatief maar zoek naar elementen in het antwoord Stel af en toe de vraag “Wat ga ik nu zeggen?” Ga niet te snel over naar de volgende fase Wacht niet op transfer, maar grijp zelf actief in Maak je kind probleem bewust Sta zelf model Wees niet bang om eisen te stellen Pas je taalgebruik aan Observeer terwijl je bezig bent. Werk niet aan alles tegelijk
Volgende bijeenkomst:
Datum: 25 november 2006
Spel en spelmateriaal – Vincent. www.ertee.nl wordt uitgenodigd om met spelmateriaal te komen met het oog op Sinterklaas (actie: Charlotte) (notulist: is geregeld)
Thema voor bijeenkomst: Schrijven (Helen bereidt voor, Ans, Yolanda en Astrid ? nog afstemmen), Hedianne Bosch (Ans kosten), VIM (seminarium voor orthopedagogiek), ontwikkeling van schrijven (wat heb je daarvoor nodig).
Notulen ouderennetwerk 27 mei 2007Ontvangen post: catalogus K2 publisher, therapie en didactisch materiaal, info@prlog-k2.nl, www.prolog-k2.nl
Boek ‘Uit de pas’: sensorische integratie: rapport welke zintuigen overprikkeld of onderprikkeld zijn en daar aanpassingen op maken: bijvoorbeeld bij kinderen die moeten blijven bewegen om alert te blijven aan een hoge tafel laten werken en op blokjes laten zitten.
1-malig consult mogelijk bij: Karin Visman, fysiotherapeut specialisatie sensorische integratie, met Kabouterhuis zuid aan de Amstel, 06-54262266
Problemen met de website www.denkstimulering.nl: Zelf onderhouden van de site geeft problemen. Site is inmiddels doorgelinkt naar Stibco. Wat gaan we doen? Gaan we aanhangen bij de site van de Stibco. Helen zoekt het bouwen van een website uit.
Meegenomen materiaal, zie vorige keer. Spanningsthermometer, smileys Kanjer trainer
Masterproof presentatie: hoe leren kinderen rekenen, voorbereidend rekenen. Methodiek: De Rekenlijn, van Stichting Scope, Hedianne Bosch
Volgende bijeenkomst 23 september 10.00 uur – 14.00 uur Ruimtelijke visuele problemen – Kaat Timmerman Cognitieve kaart maken
Albert Janssen vragen om Bright Start te geven. |
|
Last modified: donderdag, 04 september 2008 |