Home Up Contents

Schrijven
 

 

Home
Up
Motoriek

Schrijven  (oudernetwerk 25 november 2006, Helen van den Berg)

 

Schweitzer Henk, 1998, Methodiek ‘Schrijven zonder pen’. Handboek voor de ontwikkeling van de schrijfmotoriek. ISBN 90 262 2029

(andere methodiek is Schrijfdans, zie hieronder)

 

Om het leren schrijven aan onze zonnekinderen, en de problemen die ze daarbij tegenkomen, te kunnen begrijpen, moeten we eerst de ‘normale’ ontwikkeling van de schrijfmotoriek begrijpen. Een eerste aanzet hiertoe heb ik gedaan door bovenstaande methodiek door te nemen.

 

Hieronder volgt een beknopt verslag.

 

Motorische ontwikkeling:

(Noot: Via de link 'Motoriek' komt u bij een overzichtsschema motorische vaardigheden) 

Kinderen beschikken pas op 7 jarige leeftijd over de basisvoorwaarden voor de ontwikkeling van een goede en ontspannen schrijfmotoriek. Veel schrijfonderwijs start vanuit motorisch perspectief gezien, te vroeg.

 

Een aantal aspecten in het totale ontwikkelingsproces kunnen direct van invloed zijn op het (leren) schrijven:

-         ruimtelijke oriëntatie

-         oog - handcoördinatie

-         evenwicht

-         algemene motorische ontwikkeling

-         concentratie

-         werkhouding cq. kunnen stilzitten

 

Om goed te kunnen schrijven moeten kinderen over 4 zaken beschikken:

 

  1. Goede ontwikkeling van de fijne motoriek (o.a. de pincetgreep/triple grip voor het vasthouden van een pen/potlood)
  2. Goede oogmotoriek, nodig voor het snel aftasten van de regels
  3. Goede oog - handcoördinatie; nodig om de hand te controleren en te sturen
  4. Gevoel voor maat en ritme: schrijven is een ritmisch proces

 

Schrijven is bewegen, daarom zou leren schrijven bewegingsonderwijs moeten zijn, kinderen moeten motorisch rijp zijn voor schrijfonderwijs. Schrijven is een vorm van geďsoleerd bewegen (komt pas later in de ontwikkeling).

 

Bij het voorbereiden op de ontwikkeling van het schrijven zal ontwikkeling van klein motorische vaardigheden centraal moeten komen te staan:

-         handigheid = coördinatie van hand en vingers

-         gevoel voor houding en evenwicht

-         schrijven met de voorkeurshand

-         oog – hand coördinatie

-         ruimtelijke oriëntatie

 

‘Schrijven zonder pen’ biedt oefeningen en materialen om op speelse wijze de fijne motoriek te ontwikkelen.

 

Theoretische achtergrond van ‘Schrijven zonder pen’

 

Schrijven is een activiteit waarbij zintuigen, cognitie en motoriek elkaar beďnvloeden:

 

Wat gebeurt er als je gaat schrijven:

Er gaan prikkels naar de dominante hersenhelft (noot Helen: bepaalt voorkeurshand) die de motoriek, het symboolbegrip en ruimtelijke oriëntatie bestuurt. Eerst worden alle handelingen weer op hun juistheid gecontroleerd, ia het geheugen, de selectie van prikkels en het concentratievermogen. Op het zelfde moment worden de lichaamshouding, de positie van de ogen en de arm- en hoofdbewegingen aangestuurd. Er is een onophoudelijke stroom van en naar de hersenen. Van dit alles is de schrijver zich niets bewust.

 

Bewegen en bewegingservaring is voor kinderen van 0-7 jaar van essentieel belang voor de verdere vorming en ontwikkeling van het kind; bijvoorbeeld waarneming, begripsvorming en sociaal-emotionele ontwikkeling (noot Helen; bijvoorbeeld verkrijgen van ruimtelijk inzicht en van daaruit begrip krijgen voor de positie van hem/haar en mijn positie, zijn/haar perspectief, mijn perspectief).

De toenemende technologie vergroot de passiviteit bij kinderen en jongeren, zowel in motorisch opzicht (bijv. weg vinden in bos – ruimtelijke inzicht) alsook het cognitieve gebruik van onze hersenen (bijv. zelf niet meer nadenken over processen, maar informatie aangereikt krijgen via pc of televisie).

 

Bewegingsontwikkeling

 

Pasgeborene: reflexen, geleidelijk aan worden bewegingsimpulsen meer geďsoleerd (ontstaan van myeline).

 

Mesker gaat er vanuit dat de rijping van het centraal zenuwstelsel het bewegingspatroon van het kind verandert volgens een bepaalde (vaste) ontwikkelingsvolgorde.

Genoemde fasen:

  1. asymmetrische of slurffase: beweging berust op spanning in de ene lichaamshelft en ontspanning van de andere lichaamshelft, ontwikkeling van trappelen, kruipen, lopen
  2. symmetrische fase: ontwikkeling van symmetrisch bewegen, bijvoorbeeld recht zitten, staan, met twee benen springen, met twee handen een bal vangen.
  3. lateralisatie fase; meer samenwerking tussen links en rechts: de ene hand voert de handeling uit, de ander assisteert. In deze fase ontstaan verschillen tussen links en rechts; de voorkeurshand gaat zich steeds meer ontwikkelen. De andere hand wordt steunhand. Het leren van samengestelde bewegingen, bijvoorbeeld schoolslag kunnen zwemmen.
  4. dominantie; einde lateralisatie fase: volwassen doelmatige beweging.

 

Principes die richting aan de ontwikkeling geven:

 

  1. ontwikkeling van hoofd naar staart. Hoofd en romp moeten in balans gehouden kunnen worden bij schrijven (kleuters hebben nog hun armen en handen nodig om evenwicht te bewaren).
  2. ontwikkeling van dichtbij (lichaamsas) naar ver weg: Kleuters bewegen nog vanuit schouder en ellebogen, een kind van 7 jaar kan vanuit hand en vingers sturen.
  3. ontwikkeling van grote naar kleine bewegingen: eerst grote lijnen/figuren en dikker schrijfmateriaal gebruiken.
  4. van enkelvoudig naar samengesteld: Het jonge kind kan zijn aandacht nog niet verdelen over meerdere activiteiten.

  

Belangrijke processen:

 

  1. goede werking van de zintuigen (kunnen waarnemen, in brede zin – Feuerstein)
  2. een goede verwerking van de zintuiglijke informatie (perceptie en cognitie – Feuerstein)
  3. De ontwikkeling van de samenwerking tussen zintuigen en de motoriek (sensomotoriek) is van het grootste belang (noot Helen: link met sensorische integratie therapie, zie boek: Uit de Pas !)

 

Vijf zintuiglijke systemen:

 

  1. Visuele systeem
  2. Auditieve systeem
  3. Tactiele systeem
  4. Vestibulaire systeem (evenwicht rechtop kunnen zitten/staan)
  5. Proprioceptieve systeem (houding en positie lichaamsdelen: zachte vloeiende schrijfbewegingen)

  

Schrijfontwikkeling en de methodiek ‘schrijven zonder pen’

 

1 ˝ jaar: eerste krabbels op papier (of behang): imitatie, iets later het potlood vastpakken bij de punt met alle vingers.

3 jaar: ontstaan van tekeningen, draaiende bewegingen, steeds beter vasthouden van schrijfmateriaal, steeds meer souplesse in hand en vingers

Ontstaan van eerste symbolen, laat kinderen nog groot werken.(leeftijd?)

Gerichter laten werken en laten imiteren van figuren. .(leeftijd?)

Stapsgewijs naar voorbeelden gaan werken en op schrijven gerichte bewegingen oefenen (basisvormen, bijvoorbeeld boogjes, golfjes, stokjes verticaal/horizontaal, rondjes)

Vanaf 6 jaar: kinderen veranderen fysiek van molligheid naar langer en magerder, verhouding hoofd – ledematen wijzigt. Er ontstaat een wijziging van de coördinatie en oog – hand coördinatie ontwikkelt zich, toename lichaamsbesef, toename tijd en ruimte besef.

 

Schrijven zonder pen

 

A. Basismateriaal: Kijk maar, ik kan al… oefeningen.

B. Overig materiaal: Kijk maar, ik kan al…. spelletjes (soms oefeningen hierin geďntegreerd), C. Kwinto Stereobord

D. Kwinto Motokist

 

Ad A. (zie kaarten) Plezier in de oefening is primair, worden benoemd in kindertaal, er is geen kwaliteitseis. Kinderen kunnen thuis de oefeningen laten zien: Kijk maar, ik kan al….. Rol van ouders is vooral stimulerend/enthousiasme.

De leerkracht kiest die activiteiten die passen bij de ontwikkelingkenmerken van het kind. Daarbij let de leerkracht ook op individuele kwaliteiten.

De oefeningen zijn geschikt voor kinderen van groep 1 t/m groep 4. Per oefening is een instapniveau geformuleerd, zodat de leerkracht kan zien of een groep al toe is aan een bepaalde oefening. Er is tevens een overzicht waarop de oefeningen staan ingedeeld naar moeilijkheidsgraad, met een korte uitleg van het niveau.

Leerkrachten moeten de kinderen goed observeren om zo de behoeften van kinderen te kennen. Om efficiënt te kunnen observeren en te registreren is dit ingepast in het programma.

 

Sommige kinderen kunnen, ondanks een intensief programma, opvallen door afwijkend bewegingsgedrag, bijvoorbeeld:

 

-         onhandig zijn

-         weinig interesse in bewegen

-         gespannen zijn

-         slap zijn

-         veel evenwichtsproblemen hebben

-         angstig zijn

-         geremd zijn

-         veel gepest worden om de motoriek

 

Deze kinderen kunnen worden doorverwezen naar motorische remedial teaching.

 

Ad. B. Kijk maar, ik kan al… spelletjes

 

Doel: in spelvorm bezig zijn met andere kinderen met de (fijne) motoriek. Er zijn twee speelborden met 11 verschillende spelletjes. Groepjes van twee, drie of vier kinderen.

De andere materialen worden geďntegreerd gebruikt bij de spelletjes.

 

Ad C Kwinto Stereobord en Ad D Kwinto Motokist: er wordt een beroep gedaan op het kunnen tekenen van patronen (tweehandig, eenhandig, dagelijks laten terugkeren). Kwinto Stereobord wordt ook gebruikt voor oefenen van ruimtelijk inzicht.

 

Schrijven leer je zo – Henk Schweitzer

 

Schweitzer, Henk, Schrijven leer je zo, bewaarmap. Elsevier educatief, Maarssen, 2001, ISBN 90 352 2596 1

 

Schweitzer, Henk, Schrijven leer je zo, werkmap. Elsevier educatief, Maarssen, 2001, ISBN 90 352 2434 5

 

 

Henk Schweitzer: Docent op de School of Eduction van de Hogeschool Inholland te Haarlem. Mede-oprichter stichting Motorische Remedial Teaching. Werkzaam in het expertisecentrum bewegingsonderwijs en Motorische remedial teaching aan de Hogeschool Inholland.

 

Schrijven vraagt een groot aantal verfijnde vaardigheden en een hoge mate van coördinatie en concentratie. Het is een van de meest onderschatte en complexe vaardigheid, die het kind in zijn schoolperiode eigen moet maken.

 

Valkuilen bij leren schrijven:

-         te hoge eisen aan motorisch niveau

-         aanleertempo te hoog (volgt leesonderwijs, lukt vaak niet)

 

Er is een toenemende mate van schrijf en leerproblemen.

Schrijfproblemen zijn vaak het gevolg van een achterstand in de ontwikkeling van motorische vaardigheden.

Schrijfonderwijs start vaak op 6-jarige leeftijd, maar veel kinderen beschikken pas op zevenjarige leeftijd over de basisvoorwaarden voor de ontwikkeling van een goede en ontspannen schrijfmotoriek. Eenderde van de kinderen uit groep drie beschikt over onvoldoende visueel -motorische vaardigheden.

Schrijven is een vorm van bewegingsonderwijs; hiertoe is ook de methode ‘schrijven zonder pen’ ontwikkeld.

Bij ‘schrijven leer je zo’ is een verantwoorde en gestructureerde opbouw van de fijne motoriek opgenomen; het zijn motorische oefeningen die volledig zijn geďntegreerd in de schrijflessen.

 

Oorzaken van schrijfstoornissen kunnen zowel op cognitief als motorisch vlak liggen.

Gerichte advisering t.a.v. de aanpak van de zwakke schrijvers zijn nog niet goed aanwezig.

Veel problemen zouden te voorkomen zijn als er een goed inzicht is in de (schrijf) motorische mogelijkheden en onmogelijkheden van ieder kind. Hiertoe kan men het leerlingvolgsysteem gebruiken; hiermee kan men de ontwikkeling van kleimotorische vaardigheden volgen.

Uitvoeriger onderzoek is mogelijk middels een observatietest voor kinderen met schrijfproblemen: onderwijsgeschikte schrijfmotorische test (OSMT)

 

Het huidige schrijfonderwijs voldoet niet. Veel (zwakke) schrijvers komen niet tot een ontspannen manier van schrijven.

Bij schrijven moet gelet worden op:

Vormgeving

Grootte

Bewegingsrichting van het schrijfproduct.

 

De beste manier van schrijven is volgens Henk Schweitzer via letters die voorzien zijn van pijltjes en / of oriëntatie tekens (stoplichten), die het bewegingsverloop aangeven. Kinderen worden uitgedaagd om na te denken over het bewegingsverloop; is het een moeilijke letter, wat is de in- of uitgang van de letter, waar zijn de keerpunten. En bij welk gedeelte is de beweging moeilijker.

Door met letters met verkeerslichten te werken, verkennen de kinderen de beweging, richting en vorm van letters en kunnen op zelfstandige wijze de basiskennis van het schrijven automatiseren (de verkeerslichtletter is hieronder zonder de kleuraanduiding weergegeven). Dit is nodig om schrijfproblemen te voorkomen (automatiseren).

 

 

h                              Groen is start

Oranje is keerpunt

Rood is einde

 

 

Deze verkeerslicht letters zijn ook digitaal verkrijgbaar.

 

Schrijven is naast taal een buitengewoon belangrijk communicatie middel. Door lezen en schrijven kun je plaats en tijd overbruggen. Lezen en schrijven verwijzen ook naar elkaar. Je schrijft iets om het te laten lezen. Leren schrijven is vanuit deze betekenisvolle context dan ook vooral functioneel (noot Helen: zingeving – Feuerstein!!!). Nieuwe inzichten hechten groot belang aan het leren schrijven binnen zinvolle contexten.

Automatiseren van geheugen en motoriek vormen de basis voor een goed handschrift en een goede tekstproductie. Door het leren schrijven binnen betekenisvolle contexten te plaatsen wordt het motorische niveau gekoppeld aan de eigen gebruikstaal. Technisch schrijven en creatief schrijven worden zo gekoppeld.

 

In schrijven leer je zo, wordt gekozen voor blokschrift; het koordschrift (aan elkaar schrijven) wordt vaak door de veelheid van letters en verbindingen complex van structuur en vereisen een vaardige bewegingstechniek.

 

Blokschrift:

bullethebben een eenduidige halenstructuur
bulletbevatten geen complexe overgangen
bulletbevatten geen lange lettertrajecten
bulletworden aangeboden vanuit een motorische moeilijkheidsgraad (sommige letters zijn makkelijker, bijv. i dan andere, bijv. k)

 

De keuze voor koordschrift zijn vaak esthetische overwegingen.

 

In schrijven leer je zo, is gekozen voor het schrijven met kleurstroken. Rompletters worden in de witte strook geschreven, letters met een bovenstok in het lucht (blauwe) vlak en letters met een onderstok in het grond (groene) vlak. Een grondlijn geeft steun om op 1 lijn te schrijven en een donkere bovenlijn  geeft als oriëntatielijn meer steun bij het bepalen van de richting dan een onderlijn (oogfysiologisch onderzoek) Er hoeft dus niet verkrampt tussen lijntjes worden geschreven.

 

In schrijven leer je zo, zien de kinderen eerst de letter met de oriëntatietekens, vervolgens oriënteren zij zich op de bewegingsvoorstelling, kunnen de letter nalopen met hun vinger op een zelfde letter zonder oriëntatietekens, met ogen dicht in de lucht natekenen (= visualiseren) evt. met een whiteboard marker overtrekken en dan met een potlood gaan schrijven.

Er wordt geoefend op ongelinieerd papier, waarbij aandacht is voor het aflegen van het goede traject en meest ideale vorm, en vervolgens variëren van grootte, dikte en snelheid. Een kind oefent een aantal malen achter elkaar en geeft aan welke letter het beste is gelukt.

 

Motorplanning en motorprogrammering

 

Motorplanning wordt door bovenstaande geactiveerd.

 

In schrijven leer je zo zijn de volgende aspecten opgenomen:

 

Wisselen van grootte: doet appel op vormweten

Kleiner schrijven: ballistisch bewegen. (ballistiek: leer van de banen die projectielen in de lucht beschrijven.)

Dik/dun schrijven: omgaan met kracht en drukregulatie

Laag/hoog tempo schrijven: instellen op wisselende schrijftaak en automatiseren van schrijfbeweging.

 

Deze aspecten doen een appel op het bewegingsgevoel

Kinderen laten reflecteren op het product en tussendoor motorische oefeningen laten doen (staan geďntegreerd op het oefenblad)

Schrijfdans (presentatie door Ans Appelman, bijeenkomst 25 november 2006)

Schrijfdans :Schrijf- en bewegingsmethode door Ragnild A.Oussoren

 

Doel van schrijfdans

 

         De basisbewegingen in het schrijfproces laten beleven en ervaren

         Innerlijk bewegingsbeeld vormen

         Dit kan leiden tot een persoonlijk en soepel handschrift

         KORTOM: vlot, vloeiend en veerkrachtig schrijven

 

Achtergrond van de methode

 

         Het verband tussen lichamelijke en schriftelijke uitingen laten ervaren – ontwikkeling van harmonie

         Binnen zijn eigen speel- en fantasiewereld

         Werken via muziek: de gehoorfunctie (luisteren) koppelen aan de oog- handcoördinatie

         Zodoende een algeheel welbevinden bij kinderen laten ontstaan – handschrift wordt persoonlijk, ritmisch en vooral leesbaar

 

Doelgroepen

 

         Alle kinderen in het primair onderwijs, maar ook voor peuterleeftijd

         Een op een

         Leerkrachten in kleuter en basisonderwijs

         RT en IB

         Fysiotherapeuten, cesar en oefentherapeuten

         Ouders

 

Peuterschrijfdans

 

         Voor kinderen die niet toe zijn aan deel 1

         Muziekthema’s van deel 1 (9 thema’s) in versie thuis en pretpark

         En met verhaalvorm over Jojo en Mima

         Noemt het schrijbelen: krassen en kronkelen, past bij de expressiewereld van het kind

 

 

Deel 1

 

         Leren van grove basisbewegingen

         Vanaf 4 jaar of voor oudere leerlingen die zijn vastgelopen in hun schrijfproces

         Negen weken durend programma in thema’s

         Gaat over beweging, vorm en ruimte, spanning en ontspanning

 

 De vulkaan

 

 

         Kenmerkende beweging: strek/gebogen; lussen naar boven en beneden

         Psychomotorische werking: opwarming, dynamiek, spanning, bevrijding

 

Zilveren vleugels

 

 Text Box: •         Landschaps-wandeling / krongelidong 
 
         Kenmerkende beweging: golvende beweging op en neer

         Psychomotorische werking: snelheid, aanpassing, overgangen

 

2. Landschapswandeling

 

 

 

3. Rond en achten

Text Box: Kenmerkende beweging
•         cirkelbeweging, staande en liggende acht 
Psychomotorische werking
•         stimuleert kruiselingse bewegingen, schommelen 
 

 


 

4. Robot

Text Box: Kenmerkende beweging
•         rechte strek- en hoekbewegingen 
Psychomotorische werking
•         maat, tellen, structuur, spanning 
 


 

  

Schrijfteken-kaart

 

 

 

Deel 2 woorddans

 

         Doel is een vlot, vloeiend en veerkrachtig handschrift

         Van grof naar fijn-motorisch

         Werken met de voorkeurshand

         Leren schrijven van letters

         Vanaf 6 jaar

         4 delen in 22 weken

 

Deel A en B

 

         Week 1 tot en met 22

         Voorbereidende  en ondersteunende schrijf-teken-oefeningen

         Lettergroepen, beeldletters

         Afwisselend gebruik van borden en sponzen

         Grote en kleine vellen papier

 

 

Schrijftekenen

 

 

 

 

 

Bewegen met spelletjes en muziek

 

         Letters en cijfers

         Muziektekeningen: de auditieve waarneming wordt gekoppeld aan emotionele ervaringen en herkenning

         Thema’s als droomslot, theeschuitje, het zeilschip, oceaanreis, muziekschrijven

 

 

 

Text Box: •         Nog meer schrijfdans met herhaling
•         Met verhalen en muziek: de Snabant ontdekt de wereld, de Snabant en Krongelina in Beeldletterland
•         Vier grote muziektekeningen
 

 

Deel 3

 

 

 

 

 

De schrijfdans musical

Text Box:  
•         Onder- midden- en bovenbouw
•         Gebaseerd op weekthema’s
 

 

 

 

 

 

Last modified: donderdag, 04 september 2008