|
|
|
Wie is Reuven Feuerstein ?Reuven Feuerstein werd in 1921 in Roemenië geboren. Hij begon zijn loopbaan als onderwijzer. Van 1940-1944 was hij verbonden aan een school voor achtergebleven en emotioneel gestoorde kinderen in Boekarest. In 1944 wist hij aan de Duitse bezetting te ontkomen en naar Israël te vluchten. Na de oorlog kwam hij terug naar Europa om bij te dragen aan de opvang van de kinderen (veelal wezen) uit de concentratiekampen. Om onderwijsvoorzieningen op te zetten werden bij deze kinderen IQ-tests afgenomen. De kinderen scoorden erg laag. Dat leidde bij hem tot de conclusie dat de IQ-testen geen goed instrument waren omdat zij geen rekening hielden met de verschrikkelijke ervaringen, die de kinderen hadden meegemaakt. Naar zijn idee hadden de kinderen meer mogelijkheden dan de test aan gaf.Om die mogelijkheden op het spoor te komen ging hij parttime studeren bij Piaget en Rey in Genève. Met behulp van instrumenten van Piaget en Rey kreeg Feuerstein zicht op wat er met de kinderen aan de hand was. Er was bij hen sprake van tekorten in het cognitief functioneren waardoor het leren in schoolse situaties belemmerd werd. Vanaf 1950 was hij ook betrokken bij de opvang van kinderen van joodse immigranten uit Noord-Afrika. Het gaf hem de gelegenheid om geleidelijk aan een theoretisch kader voor de hulpverlening te ontwikkelen. Naast bepaalde groepen immigranten vroeg de begeleiding van kinderen met ontwikkelingsstoornissen steeds meer zijn aandacht. In zo’n periode van twintig jaar ontstond wat wij nu de ‘methode Feuerstein’ noemen. Methode Feuerstein De methode Feuerstein gaat er van uit dat ieder mens tot verandering in staat is. Dat betekent dat er bij deze methode wordt uit gegaan van de mogelijkheden van een cliënt en niet van zijn of haar onmogelijkheden, een plafond wordt niet geaccepteerd De onderzoeker en de begeleider zijn een "mediator" voor de cliënt die input, verwerking en output helpen reguleren, waardoor de cliënt uiteindelijk in staat is zelfstandig meer van leersituaties te profiteren. Daartoe heeft Prof. Feuerstein een lijst van cognitieve functies opgesteld die kunnen ontbreken of versterkt moeten worden. De wel goed ontwikkelde cognitieve functies kunnen worden ingezet om problemen te overkomen. Tevens heeft hij voor de mediator een lijst van criteria opgesteld waaraan de mediatie moet voldoen. Een mediator kan de onderzoeker zijn, maar ook een ouder, leerkracht of begeleider. Deze methode wordt zoveel mogelijk gericht op de hele leeromgeving door ook ouders, school en leefomgeving van de cliënt te betrekken in de mediatie. |
|
Last modified: donderdag, 04 september 2008 |